Zambia deel 1: Kafue National Park

Voor onze volgende bestemming werd een 4×4 ten zeerste aangeraden. We gingen namelijk een seld-drive doen in Kafue National Park in Zambia. De dag nadat we mijn moeder en zusje hadden opgehaald was het dus tijd om onze minibus on te ruilen voor een 4×4. We hadden vrij kort vantevoren pas de auto geregeld. We wilden geen duizenden euro’s uit wilden geven aan een auto voor een paar dagen, dus kregen we een oudere Toyota Prado.

Hiermee konden we naar Nahubwe Safari Camp bij Ithezi-thezi, vlakbij één van de ingangen van Kafue NP. Deze campsite bleek heel ergens anders te zijn dan ik verwacht had. Op Google maps stond namelijk dat het ergens in het park zou moeten zijn. (Nahubwe Safari camp is dus NIET op deze locatie.) Op de campsite was helemaal niks, behalve een vervallen groene tent, maar ik vond het uitzicht wel erg mooi.

Juist hier waar niks was, pakten we voor de eerste keer ons nieuwe gasstel uit. Uiteraard bleek deze niet te werken (later bleek dat we een lege gasfles bij ons hadden). We hadden het idee gehad om een simpele macaroni bolognaise te maken. Uiteindelijk had niemand er meer zin in en zijn we niet verder gekomen dan het roosteren van een tosti boven het open vuur.

Naar het park: Ithezi-thezi ingang

De volgende ochtend hadden we al vroeg onze tentjes weer ingepakt en gingen we op weg naar het park. Eerst moest er alleen nog wel benzine op de zwarte markt gekocht worden. Want zowel hier, als bij de meestgebruikte ingang van het park, was geen tankstation in de buurt. (Waarom is het zo moeilijk om aan benzine te komen in Zambia!?)

Eenmaal in het park zouden we de ‘spinal road’ pakken die van zuid naar noord door het park heen loopt. Onze campsite (Mupanga Bush Camp) voor de volgende nacht lag namelijk in het noorden van het park. Dit omdat we nog naar de beroemde Busanga plains wilden (dat bekend staat vanwege de leeuwen die hier rondlopen).

Kafue National Park is een park waar je alleen met 4×4 kunt rijden, en waar weinig toeristen komen. Doordat het zo rustig is (zeker in het zuiden!) zijn de dieren schuw en een stuk moeilijker te spotten dan bijvoorbeeld in Kruger. De spinal road was een verschrikkelijke weg vanwege de enorme wasborden. Vanwege de schuwe dieren hebben de mensen die de hele weg achter ons reden waarschijnlijk niets gezien; elke antilope of baviaan rende meestal hard weg wanneer ze ons zagen.

Wanneer we besloten een zijweg te nemen

We kwamen in de buurt van de asfaltweg, die van oost naar west het park doorkruist. We besloten één van de weinige ‘loops’ te pakken, om te kijken of er van de hoofdweg af meer te zien was. De weg was niet erg duidelijk. Heel veel mensen hadden de loop op verschillende plaatsen hadden afgesneden, waardoor er verschillende routes in het gras zijn ontstaan. Dit rondje zou de oever van een rivier moeten volgen aan beide kanten. Maar omdat we er pas aan het eind van het droge seizoen waren was de rivier bijna helemaal opgedroogd; op wat losse poeltjes in de lange kloof na. Bij een van de poeltjes lagen een hoop krokodillen. We zetten even de motor af om op ons gemak even te kijken of er nog meer dieren op dit water af zouden komen.

Wanneer we het wel gezien hadden en weer weg wilden rijden, konden we de auto niet starten. Er was even paniek, omdat we dus letterlijk naast een krokodillenpoel stonden. Maar we hadden al snel de oorzaak gevonden: een van de klemmen van de batterij was losgeschoten. Met een tangetje werd we de klem weer aangesloten en gelukkig konden we daarna gewoon weer door.

Het ‘toeristische’ gedeelte van Kafue National Park

Eenmaal de asfaltweg overgestoken kwamen we in het ‘toeristische’ gedeelte van het park. Al is het gehele park niet echt toeristisch te noemen. Maar toch leek het erop dat de dieren hier iets minder schuw waren. Maar echt veel wildlife konden we alsnog niet vinden. Vlak voor we bij de campsite aan kwamen besloten we nog één detour te maken. Dat is uiteindelijk waar we onze highlight van de dag tegenkwamen.

We zagen op deze weg onze eerste olifant in Kafue. Het was een solitair mannetje, dat rustig door de bosjes struinde. Tot hij besloot dat wij niet gewenst waren, waarna hij plots op ons af stormde met zijn oren wijd en luid getrompetter. Met de nodige lichte paniek reden we een stukje van hem weg. Stiekem leverde dat toch wel mooie plaatjes op.

Self-drive naar de ‘Busanga plains’

De volgende ochtend gingen we vroeg op pad, want ook vandaag hadden we een bestemming: de Busanga plains. Overal online werd een self-drive naar Busanga plains afgeraden. Maar waar moeder’s wil is, is een weg en dus reden we rond zonsopkomst naar het noorden van het park.

Het was geen kort ritje, maar het ging allemaal heel soepel. In 3 uur en een kwartier kwamen we aan op de grote open vlakte. De wegen waren niet erg veel bereden, en online stonden waarschuwingen over dat je makkelijk verdwaald kon raken, maar dat vond ik allemaal heel erg meevallen. De Busanga plains zijn maar een paar maanden per jaar bereikbaar omdat het de rest van de tijd onderwater staat. Maar toen wij er waren – aan het eind van het droogseizoen (oktober) – was er nog maar weinig water van over.

Op enkele plekken stonden nog plassen. Daar verzamelden dus ook grote groepen ‘red lechwe’ omheen, met af en toe een wild zwijntje wat er doorheen rende. Helaas was er geen spoor van de beroemde en beruchte leeuwen van het gebied.

Ach ja, er zouden nog meer kansen komen om leeuwen en andere roofdieren te spotten. Want de volgende bestemming was South Luangwa National Park!

De ochtend waarop mijn familie landde in Lusaka

Twee weken geleden reden Rik en ik richting Lusaka in Zambia om mijn moeder en zusje op te halen van het vliegveld. De rit van Lilongwe naar Lusaka was 9 uur waarvan we ook nog 1,5 uur over de grensovergang zouden doen, dus hadden we vantevoren besloten om onderweg te overnachten bij Luangwa bridge en de laatste 3 uurtjes de volgende ochtend te rijden.

Het begon allemaal met vroeg opstaan. ‘Rik, kom, we moeten echt opstaan nu, want over 3,5 uur landen ze al en het is nog 3 uur rijden’. Rik is niet zo’n ochtendmens, maar uiteindelijk lukte het hem om iets na 6 uur ’s ochtends uit de bus te rollen (ohja, we hebben een busje gekocht die we om aan het bouwen zijn naar een klein campertje, maar daar gaat deze post vandaag niet over). Omdat het ernaar uitzag dat het ontbijt nog niet klaar was gingen we rustig de bus opruimen en onze spulletjes inpakken. Toen we klaar waren was er nog geen teken van ons ontbijt. Pas toen we naar de tafeltjes aan de achterkant van het gebouw liepen bleek dat ze juist op ons aan het wachten waren met het ontbijt. Oeps!

Toen we klaar waren met het ontbijt waren we al aan de late kant en hebben we snel afgerekend. We sprongen in de auto en wilden wegrijden, maar plots hadden we geen contact meer. Wat nu? We openden de motorkap en wilden net de batterijen bekijken toen de auto begon te piepen. Gelukkig startte hij nu wel gewoon en konden we wegrijden. Alleen herinnerden we ons plots dat de manager van de lodge – die eerder al had gevraagd of hij en zijn vrouw mee konden rijden naar Lusaka – nergens te bekennen was. Na 10 minuten bleek dat hij onderweg naar de hoofdweg woonde en hij daar op ons zat te wachten.

We zagen dat de meter van de benzinetank al behoorlijk laag stond, dus we vroegen hem of we in het dorpje benzine konden krijgen. Nee en ja, was het antwoord. Er was geen tankstation, maar op de zwarte markt moest wel benzine te krijgen zijn. Het volgende tankstation zou pas 75 kilometer verderop zijn dus stapte Rik uit en begon met onderhandelen, maar benzine was hier aanzienlijk duurder dan bij een tankstation. Intussen smste ik alvast mijn moeder dat we waarschijnlijk later zouden komen: ‘Auto startte even niet, we hebben de eigenaar van de campsite meegenomen en moesten plots benzine kopen op de zwarte markt, dus we zijn er pas om half 11. Als jullie binnen een uur koffers hebben en visum vrees ik dat jullie even moeten wachten. Sorry en tot zo! X’

Intussen werd de prijs van benzine steeds hoger en rekenden we uit dat we 75 kilometer wel net moesten kunnen halen met wat er nog in de tank zat dus reden we door met al onze hoop gevestigd op dat tankstation verderop. We probeerden dit stuk zo zuinig mogelijk te rijden, wat met de bergachtige route met gaten en drempels nog best een opgave was. Hierdoor reden we ook aanzienlijk langzamer dan we anders hadden gereden. Ik was blij dat ik alvast mijn modder gesmst had.

Eenmaal aangekomen bij het tankstation – we hadden het gehaald! – sloeg dat enthousiasme snel om, er was namelijk geen druppel benzine meer te krijgen. En het eerstvolgende tankstation daarna was pas in Chongwe, nog eens 120 kilometer verderop. Er zat niks anders op dan op de reserve nog een paar kilometer door te rijden om nogmaals de zwarte markt te proberen. Wat een gedoe! Rik werd er ook al een beetje boos om dat ze een paar kilometer na het tankstation benzine stonden te verkopen voor 30% extra per liter, maar dat ze ermee weg konden komen omdat er echt niks anders in de buurt was. Maar we hadden geen keus en dus hadden we even later 15 liter benzine in de tank. Genoeg om tot aan Chongwe (vlak voor Lusaka te komen).

Terwijl wij ons druk maakten om de benzine lag de dochter van de manager als een prinsesje te slapen.

Om half 11 – een uur nadat mijn moeder en zusje zouden moeten landen – smste ik mijn moeder nog maar eens:
‘ETA is nu pas tussen 11:15 en 11:30. Navigeren naar Avis, want Lusaka airport staat niet op Google maps. Hopelijk bij jullie alles goed gegaan’.
We konden weer op onze normale snelheid rijden, wetende dat in Chongwe en Lusaka heel veel tankstations waren, maar intussen hadden we al heel veel vertraging opgelopen. Ik hoopte dat mijn moeder en zusje veel tijd kwijt waren aan de douane en wachten op koffers. Maar een halfuurtje later kreeg ik plots een smsje van mijn zusje: ‘Hoi Mel, gaat alles wel oke? waar blijven jullie? Wij zijn al een tijdje aan het wachten. We zitten bij de parkeerplaats. Tot zo! X Romana’
Oh jee, mijn moeder had mijn sms’jes nooit ontvangen en ze wisten dus alsnog niet wat er aan de hand was. Meteen smste ik terug dat we onderweg waren en hoe lang het nog zou duren.

Toen we eindelijk aankwamen bij het vliegveld bleken ze al iets eerder te zijn geland, ging het ontzettend snel bij de douane en hebben ze dus 2 uur op de parkeerplaats zitten wachten. Ai! Maar ach, we hadden het gehaald en zijn niet ergens langs de weg gestrand met een lege tank, dan hadden ze nog veel langer moeten wachten.

Welkom in Afrika.