De ochtend waarop mijn familie landde in Lusaka

Twee weken geleden reden Rik en ik richting Lusaka in Zambia om mijn moeder en zusje op te halen van het vliegveld. De rit van Lilongwe naar Lusaka was 9 uur waarvan we ook nog 1,5 uur over de grensovergang zouden doen, dus hadden we vantevoren besloten om onderweg te overnachten bij Luangwa bridge en de laatste 3 uurtjes de volgende ochtend te rijden.

Het begon allemaal met vroeg opstaan. ‘Rik, kom, we moeten echt opstaan nu, want over 3,5 uur landen ze al en het is nog 3 uur rijden’. Rik is niet zo’n ochtendmens, maar uiteindelijk lukte het hem om iets na 6 uur ’s ochtends uit de bus te rollen (ohja, we hebben een busje gekocht die we om aan het bouwen zijn naar een klein campertje, maar daar gaat deze post vandaag niet over). Omdat het ernaar uitzag dat het ontbijt nog niet klaar was gingen we rustig de bus opruimen en onze spulletjes inpakken. Toen we klaar waren was er nog geen teken van ons ontbijt. Pas toen we naar de tafeltjes aan de achterkant van het gebouw liepen bleek dat ze juist op ons aan het wachten waren met het ontbijt. Oeps!

Toen we klaar waren met het ontbijt waren we al aan de late kant en hebben we snel afgerekend. We sprongen in de auto en wilden wegrijden, maar plots hadden we geen contact meer. Wat nu? We openden de motorkap en wilden net de batterijen bekijken toen de auto begon te piepen. Gelukkig startte hij nu wel gewoon en konden we wegrijden. Alleen herinnerden we ons plots dat de manager van de lodge – die eerder al had gevraagd of hij en zijn vrouw mee konden rijden naar Lusaka – nergens te bekennen was. Na 10 minuten bleek dat hij onderweg naar de hoofdweg woonde en hij daar op ons zat te wachten.

We zagen dat de meter van de benzinetank al behoorlijk laag stond, dus we vroegen hem of we in het dorpje benzine konden krijgen. Nee en ja, was het antwoord. Er was geen tankstation, maar op de zwarte markt moest wel benzine te krijgen zijn. Het volgende tankstation zou pas 75 kilometer verderop zijn dus stapte Rik uit en begon met onderhandelen, maar benzine was hier aanzienlijk duurder dan bij een tankstation. Intussen smste ik alvast mijn moeder dat we waarschijnlijk later zouden komen: ‘Auto startte even niet, we hebben de eigenaar van de campsite meegenomen en moesten plots benzine kopen op de zwarte markt, dus we zijn er pas om half 11. Als jullie binnen een uur koffers hebben en visum vrees ik dat jullie even moeten wachten. Sorry en tot zo! X’

Intussen werd de prijs van benzine steeds hoger en rekenden we uit dat we 75 kilometer wel net moesten kunnen halen met wat er nog in de tank zat dus reden we door met al onze hoop gevestigd op dat tankstation verderop. We probeerden dit stuk zo zuinig mogelijk te rijden, wat met de bergachtige route met gaten en drempels nog best een opgave was. Hierdoor reden we ook aanzienlijk langzamer dan we anders hadden gereden. Ik was blij dat ik alvast mijn modder gesmst had.

Eenmaal aangekomen bij het tankstation – we hadden het gehaald! – sloeg dat enthousiasme snel om, er was namelijk geen druppel benzine meer te krijgen. En het eerstvolgende tankstation daarna was pas in Chongwe, nog eens 120 kilometer verderop. Er zat niks anders op dan op de reserve nog een paar kilometer door te rijden om nogmaals de zwarte markt te proberen. Wat een gedoe! Rik werd er ook al een beetje boos om dat ze een paar kilometer na het tankstation benzine stonden te verkopen voor 30% extra per liter, maar dat ze ermee weg konden komen omdat er echt niks anders in de buurt was. Maar we hadden geen keus en dus hadden we even later 15 liter benzine in de tank. Genoeg om tot aan Chongwe (vlak voor Lusaka te komen).

Terwijl wij ons druk maakten om de benzine lag de dochter van de manager als een prinsesje te slapen.

Om half 11 – een uur nadat mijn moeder en zusje zouden mo8ineten landen smste ik mijn moeder nog maar eens:
‘ETA is nu pas tussen 11:15 en 11:30. Navigeren naar Avis, want Lusaka airport staat niet op Google maps. Hopelijk bij jullie alles goed gegaan’.
We konden weer op onze normale snelheid rijden, wetende dat in Chongwe en Lusaka heel veel tankstations waren, maar intussen hadden we al heel veel vertraging opgelopen. Ik hoopte dat mijn moeder en zusje veel tijd kwijt waren aan de douane en wachten op koffers. Maar een halfuurtje later kreeg ik plots een smsje van mijn zusje: ‘Hoi Mel, gaat alles wel oke? waar blijven jullie? Wij zijn al een tijdje aan het wachten. We zitten bij de parkeerplaats. Tot zo! X Romana’
Oh jee, mijn moeder had mijn sms’jes nooit ontvangen en ze wisten dus alsnog niet wat er aan de hand was. Meteen smste ik terug dat we onderweg waren en hoe lang het nog zou duren.

Toen we eindelijk aankwamen bij het vliegveld bleken ze al iets eerder te zijn geland, ging het ontzettend snel bij de douane en hebben ze dus 2 uur op de parkeerplaats zitten wachten. Ai! Maar ach, we hadden het gehaald en zijn niet ergens langs de weg gestrand met een lege tank, dan hadden ze nog veel langer moeten wachten.

Welkom in Afrika.

Azungu op het strand

Een aantal dagen geleden waren Rik en ik bezig het huis op te ruimen na we een tijdje weg waren geweest toen Rik plots zei: ‘Azungu, er lopen azungu!’. Ik begreep niet helemaal waar hij het ineens over had. ‘Huh, azungu? Waar dan?’ ‘Ja gewoon, hier op het strand.’

Ik volgde zijn blik en zag inderdaad twee westerse jongens op het strand staan. Ze waren bepakt met grote backpacks, wandelschoenen en hadden beiden een stok in de hand – overduidelijk hikers. Maar waar kwamen die vandaan en waar wilden ze naartoe? Tanguy en Hugues bleken Fransen te zijn die van Cape Maclear naar Senga Bay wilden lopen. Omdat ze niet zeker wisten of ze in het nationaal park mochten wildkamperen begonnen ze al iets zuidelijker, maar dan nog blijft er een tocht over van ongeveer 110km. Toen ze ’s ochtends bij ons aankwamen hadden ze voor die dag pas één kilometer gelopen, maar ze vonden het strand er zo aantrekkelijk uit zien dat ze misschien toch wel een dagje wilden blijven.

Toen we de tuin aan ze lieten zien, zagen ze een papaya liggen. Nadat we ze verteld hadden wat het was lieten ze blijken dat ze nog nooit papaya hadden geproefd. Gezien we best wel wat papayabomen hadden, moest het toch wel geregeld kunnen worden dat ze een verse papaya konden proeven! James dacht dat hij wel wat rijpe papayas had zien hangen in de hoogste bomen die we hebben staan. Toen we de rijpe papayas gespot hadden ging James op weg om twee bamboestokken aan elkaar te knopen om de papaya’s de boom uit te porren, zoals we al eens eerder gedaan hebben. Tanguy vond dit te lang duren en bestudeerde de boom: ‘Ik denk dat ik wel naar boven kan klimmen’. Veel tijd om hem tegen te houden was er niet, want in no-time was hij al halverwege de boom!

Hij plukte twee papaya’s en gooide die naar beneden waar James ze opving. Gelukkig was James er, want er was best een grote kans dat ik ze misschien had laten vallen..

Terug bij het huis sneed ik de papaya in stukken voor een simpele papaya-banaan-mango smoothie. Natuurlijk moesten ze een stukje proeven voor het gemixt werd met de rest van het fruit, anders weet je nog niet hoe papaya smaakt. Ik moet zeggen dat ik papaya niet overal lekker vind, maar die van ons zijn heerlijk zoet en doen dus een beetje denken aan meloen. Zij konden het geloof ik ook wel waarderen, maar de meeste lof kreeg ik voor de smoothie. ‘Wat heb je erin gedaan? Alleen fruit?’ Ik legde uit dat het verse papaya was, banaan uit de vriezer (omdat we regelmatig ineens heel veel hebben en dan word de smoothie kouder) en mangosap uit een pak (mangoseizoen begint pas over 2 maanden). Het oordeel: het was de lekkerste smoothie die ze hier in Afrika gehad hebben, en ze zouden er wel wat gehad hebben hier.

De rest van de dag waren Rik en ik helaas bezig met de dierenarts ophalen en wegbrengen, maar Hugues en Tanguy hebben zich naar eigen zeggen prima vermaakt. Ze hebben het volleybalnet voor ons opgehangen (waar ook de ijsvogels erg blij mee waren) en een rondje proberen te varen met de dug-out canoo (de traditionele kano die we hebben liggen). ’s Avonds hebben we met zijn allen een visje gebakken en een biertje gedronken.

Ik vond het ontzettend leuk om eens bezoek te hebben van mensen van onze eigen leeftijd, en hun wandeltocht langs de kust heeft mij geïnspireerd om ook eens zoiets te gaan doen. Tanguy en Hugues, bedankt voor jullie gezelligheid en misschien tot ziens!

Achterstallig werk (met uitzicht)

Een paar dagen geleden zijn we weer teruggekomen in Malawi. Het is al een tijdje geleden dat ik iets gepost heb, omdat we het eerst ontzettend druk hadden met bezoek. Daarna zijn Rik en ik 3 dagen op vakantie geweest naar Zambia, waarna we meteen doorgingen naar Nederland zodat ik met mijn familie kon zijn wanneer we met zijn allen voor het laatst afscheid namen van mijn opa. Het was erg fijn om weer in Nederland te zijn op dit moment, maar het was ook leuk dat we met wat vrienden af hebben kunnen spreken die 3 weken.

Nu zijn we weer terug in Malawi en moesten we meteen weer aan de bak! Omdat we vlak voor we vertrokken zoveel bezoek hebben gehad wachtte bij thuiskomst een enorme stapel beddengoed en handdoeken erop om gewassen te worden. Gelukkig konden we (tegen vergoeding) hulp krijgen van onze waterdames met deze enorme stapel was. Ik had er behoorlijk tegenop gekeken als wij dat allemaal zelf met de hand hadden moeten wassen.

Intussen zijn ook alle huisjes aan geveegd en gedweild, de afwas gedaan en de wc’s schoongemaakt (want ondanks dat ze niet gebruikt waren afgelopen weken, waren er beestjes die er een thuis van hadden gemaakt, zoals deze pad:

Toen we terugkwamen viel ons al meteen op dat er beestjes op de katten zaten. We konden nergens spul vinden om ze zelf te behandelen, dus hebben we ‘Ask’ de dierenarts gebeld. Toen hij kwam zijn we daar een halve dag mee bezig geweest. Ask heeft namelijk geen eigen vervoer, dus moesten we hem ophalen bij een tankstation vlakbij Monkey Bay (daar kon hij namelijk wel komen met openbaar vervoer), en daar doe je heen en terug net iets minder dan een uur over. Toen hij hier was zijn we maar heel kort bezig geweest met de mijten die ze bleken te hebben. Ik vond het wel een goed moment om te vragen of hij ook wilde kijken naar de wond van Bear Gryll’s sterilisatie. Ask was het met me eens dat het er niet helemaal netjes uitzag en dus kreeg Bear een ontstekingsremmer voorgeschreven. Deze werd door middel van een injectie gegeven, en die kuur moest 4 dagen worden gegeven, of ik dat niet zou kunnen doen..

Nou, ik ben zelf als de dood voor naalden dus ik zei meteen dat ik dat niet kon! Daarop vroeg Ask of Rik het dan niet kon doen. Tsja, vier dagen lang elke dag de dierenarts ophalen en wegbrengen is niet te doen, dus Rik vroeg hoe het moest en waar hij op moest letten. Vandaag moesten we het dus zelf doen en ik geloof dat we allebei zenuwachtig waren.

Maar Rik is een superheld en uiteindelijk stak hij dus toch de naald op de aangewezen plek in de dij, checkte of het niet in een ader zat en injecteerde de ontstekingsremmer. Bear gaf nauwelijks een kik; een opluchting, want morgen moeten we het nog een keer doen.

Bezoek

We waren bezig met het bevestigen van horrengaas toen Danny naar ons toe kwam dat er een auto voor de poort stond. Nu zou de aannemer vandaag misschien komen, dus ik begreep niet helemaal waarom dat ze die lieten wachten. ‘Nee, het is de aannemer niet, het is van Pumulani’ zei Danny. Pumulani is een ontzettend luxe resort even verderop in de baai. Kwamen ze potentiële concurrentie bekijken?

Het duurde nog even voor een landcruiser het terrein op kwam met daarin 4 mensen. Blijkbaar hadden ze onze huisjes al eens vanaf water gezien toen ze langs kwamen met de boot en vroegen ze zich af wat hier allemaal gaande was. Hiervoor hadden de twee Britse dames al een tour gehad door Kasanka (het vissersdorp even verderop) en ze waren in Nankhwali bij de kerk op de berg geweest, dus dit stukje strand was een onderdeel van hun tour geworden.

Hier aangekomen vonden ze alles al geweldig, terwijl het hier op sommige stukken best wel een bouwput is. Nu zijn we de afgelopen dagen wel bezig geweest met opruimen, maar zelfs zonder iets gezien te hebben vonden de dames het al prachtig. Toen ik zei dat ze ook best de huisjes van dichterbij mochten kijken, vonden ze dat natuurlijk ook geweldig. Meteen werd een opmerking gemaakt over hoe gaaf het bamboe plafond was, dat is toch wel leuk om te horen gezien daar zoveel werk in gegaan is!

Toevallig was vandaag het plafond buiten afgewerkt.

Ik ben zelf ontzettend enthousiast over de badkamer, dus ik nodigde ze uit binnen te komen om de badkamer te bekijken. De reacties hierop waren te vergelijken met mijn eigen enthousiasme: ‘Now THIS is a room with a view!’ Vergelijkingen werden al gemaakt met de wc’s die uitkeken over Victoria Falls, haha.

Het uitzicht is natuurlijk ook wel erg mooi!

Niet veel later waren ze alweer vertrokken zonder alles gezien te hebben. De man die ze begeleidde bleek manager te zijn van Pumulani en nodigde ons meteen uit om ook daar eens te komen kijken!
Omdat het al over twaalf was gingen we meteen maar een boterham met pindakaas eten, maar onze lunch duurde kort omdat plots een andere auto het terrein op kwam. Een tijdje geleden zou er een timmerman langs komen om de deuren af te maken, maar die is toen niet op komen dagen. Vandaag kwam die dus blijkbaar wel, samen met zijn baas en twee anderen. De baas maakte ook meteen een opmerking over het bamboe plafond. Hoppa, dat plafond had zijn tweede compliment van de dag binnen. Rik pakte zijn kans en vroeg hun baas wat hij van het bed vond dat Rik laatst gemaakt heeft. Nou, hij vond het een mooi en stevig bed, en vroeg meteen waar we het gekocht hadden. Dit was Riks time to shine: ‘I made it myself’ zei hij met een grote grijns.

Rik blijkt stiekem ook een talent te hebben als binnenhuisarchitect 😉

Terwijl de timmermannen bezig waren met de deuren kwam een derde gast aan, per boot dit keer. Hij kwam de kano brengen die al een tijdje in de maak was. Die hebben we nodig om de boot op te halen vanaf het anker dat een stuk verder het meer in ligt sinds het hier redelijk ondiep is.

Tsja, zo komt hier weken niemand langs, en zo heb je ineens allemaal gasten. We zijn in ieder geval wel aan weekend toe, na al dat bezoek 😉

Baobab sap

Salete – een meisje uit het dorp – zou me nog leren hoe ze de ‘freezers’ maakt die ze voor 200 kwacha per stuk (23 eurocent) verkoopt in de hoop genoeg bij te verdienen om te kunnen gaan studeren. Het belangrijkste ingrediënt van freezers is baobab!

De dagen zijn minder heet nu het winter is, dus nu verkoopt ze geen freezers meer. Maar het baobab seizoen is bijna voorbij, dus het werd tijd dat ik ook zou leren hoe ik freezers maak.

Ze kwam hier al aan met een hele schaal met baobab stukjes. De droge vrucht was al uit de harde schaal gehaald en in stukjes uiteengevallen. We deden ongeveer de helft in de grootste pan die ik heb, de rest paste niet meer.

Vervolgens hebben we er water bij gedaan en aan de kook gebracht. Na een tijdje koken loste het vruchtvlees op en bleven alleen nog de grote pitten en wat draadjes over.

Dit hele mengsel werd gezeefd en toen hebben we er wat suiker bij gedaan. Dit was ook het moment voor mij om voor het eerst te proeven! Baobab sap is best zuur, dus ik begrijp wel dat er suiker bij moest. Hierdoor kreeg het een soort van lemonade smaak zoals de Amerikanen het maken. Ik houd wel van lemonade, maar moet toch wel een beetje wennen aan deze smaak. Rik vond het echt niet lekker! Vanwege de sterke smaak dacht ik toen dat het misschien beter was om toe te voegen aan een smoothie in plaats van het puur te drinken.

Heb vandaag stiekem een pollepel door de smoothie gedaan en dat heeft hij niet doorgehad, daar komt hij achter zodra hij deze blog leest 😉

Papaya plukken

Sinds kort hebben we een heel weekend vrij, wat betekent dat we nu ook op zaterdag rustiger aan kunnen doen. Rik heeft een beetje aan het bed gewerkt (maar daarover later meer) en na de lunch gingen we even naar de tuin waar de kippen wonen.

De kippen komen een beetje langzaam op gang, maar in de afgelopen 3 dagen lag er nu wel elke dag een eitje. Nadat we de kippen gevoerd hadden en terug op weg waren naar het strand liepen we langs de papayaboom, en ik vroeg me af of het ons ook zou lukken er een papaya uit te krijgen.

Dus ik stapte het gras in, om eens ouderwets aan de boom te gaan schudden. Helaas bleek dat niet te werken. Toen vond ik de twee aan elkaar geknoopte bamboestokken die ze al eens eerder hadden gebruikt om papaya uit die boom te krijgen. Ik stond hier maar wat mee te stuntelen terwijl Rik toekeek en zei dat ik niet lang genoeg was. Uiteraard moest Rik dan maar eens komen helpen omdat hij langer is (en het allemaal beter kan dan ik)

De eerste papaya die naar beneden kwam heeft de val niet overleefd, helaas. Gelukkig hebben we eerst eentje uitgezocht met gaten in de onderkant, zodat het niet zo erg was dat deze uit elkaar plofte.

Oeps!

Helaas kwam bijna meteen daarna nog eentje naar beneden. Gelukkig stonden we daar niet! Deze was wel een beetje gebarsten, maar niet zo ontploft als die eerste, dus die hebben we maar opgeraapt (en vlak erna gebruikt in de smoothie).

Maar we waren nog niet klaar, want het leek ons een goed plan om de volgende die naar beneden kwam op te vangen. Het was best een goed idee en de derde kwam vrij makkelijk los (Rik was er al handig in geworden) alleen hadden we er geen rekening mee gehouden dat we niet zo goed konden vangen. Hij vloog veel meer richting Rik die een paar meter van de boom af stond, en kwam dus ook buiten mijn bereik neer. Achja, ook weer een scheurtje, maar verder zag die er nog goed uit. Snel opeten dan maar..

Badkamer

Gisterenmiddag is de laatste muur van de badkamer geplaats. Dat betekent dat we vanaf nu kunnen douchen!

We hadden de douche al eens uitgeprobeerd met wat tijdelijke schermen, maar nu is het zoals het hoort te zijn, en het is echt gaaf. Uit enthousiasme ben ik al begonnen met de badkamer aanplanten met planten die we nog in de tuin hadden staan. Voorlopig hebben we citroengras, varens, een monsterplant en een bloem (waarvan niemand de naam weet, maar waarvan het blad op banana lijkt) overgeplaatst naar hun nieuwe thuis. Binnenkort gaan we maar weer eens naar een kwekerij om meer plantjes uit te zoeken, ik heb er al helemaal zin in!

We douchen nu al een aantal dagen iets over vijf, omdat dan iedereen naar huis is en de zon dan nog net schijnt (en we dan de zonsondergang van onder de douche kunnen aanschouwen! Hoe gaaf?). Na Riks eerste douche hier was hij helemaal zen. Zijn ervaring: de badkamer is echt de fijnste plek van het huis.

We hebben onze eerste gast ook al in de badkamer gehad: een kameleon! Hoe die op de schutting terecht is gekomen is ons een raadsel, maar het was wel een leuke verrassing.

De badkamer is nu natuurlijk nog niet af, want de douche kolom moet nog geschilderd worden, er moet nog meer geplant worden en er komen nog kiezels in, want zoals je waarschijnlijk wel had kunnen raden; dat puin met die twee planken erover als douchebak is niet het definitieve ontwerp.

Het hebben van een badkamer met muren is echt een enorme luxe die we hebben gemist, nu alleen nog warm water. 😉

Pindakaas

De pindakaas was op, wat betekende dat we door als ons beleg heen waren. Het lastige is dat de mensen in de regio niet eens weten wat pindakaas is en we het dus nergens in de buurt kunnen kopen. Pinda’s hebben ze wel overal en die kun je voor 1000 kwacha per kilo (€1,16) kopen.

Dus wat doe je in zo’n geval? Dan maak je zelf je pindakaas.

Rik zei eerder al eens tegen mij dat de pinda’s die ik gekocht had op de markt niet zo lekker waren, dus hadden we nog een hele pot op de plank staan. Wat hij niet wist is dat het rauwe pinda’s waren, en dat de smaak die hij verwachtte van geroosterde pinda’s was. Dus de eerste stap was pinda’s roosteren. Gelukkig is dat zo gedaan in een oven op 180°C (ongeveer 10 minuten).

Vervolgens heb ik de velletjes ervanaf gehaald omdat ik die zelf wat bitter vind. De ontvelde pinda’s verzamelde ik in de bak van de keukenmachine die ik hier heb sinds Roy langs is geweest.

En eigenlijk is het vanaf daar heel erg makkelijk. Ik deed een snufje zout bij de pinda’s en zette de machine aan. Toen de pinda’s verkruimeld waren heb ik daar een gedeelte uit gehaald omdat Rik pindakaas met stukjes wilde. Dan zet je de machine weer aan tot het aan elkaar begint te plakken en een bal wordt, maar dan stop je nog niet. Je gaat dan nog door tot het weer zacht word en dan doe je er een lepeltje olie bij zodat het smeerbaarder word. Ik heb het Rik laten proeven en die zei dat het als Calvé pindakaas smaakte (de pindakaas uit Zuid-Afrika word met suiker gemaakt, de pindakaas die we uit Nederland gewend zijn alleen met wat zout). Dit was precies de reactie waar ik voor ging, dus nu konden de stukjes er doorheen gemengd worden.

Toen hoefde ik het alleen nog maar in een pot te scheppen. Ik koos een pot waar eerder ook al pindakaas in had gezeten, maar die we hadden schoongemaakt om opnieuw te kunnen gebruiken.

De volgende keer maak ik een grotere portie 😉

Net op tijd klaar voor de lunch!

Een tweede poging

Onze eerste boottrip ging niet helemaal zoals gepland, maar het was tijd om het nog eens te proberen. We hebben de bougies vervangen en extra benzine gehaald. En voor wie het zich afvroeg: we hadden nog benzine van de eerste trip, dat was het probleem niet. 😉

Tijdens de eerste trip is wel in de tank gekeken en hebben ze gezien dat er wat vuil in zat, dus als allereerst werd nu de tank leeggehaald, de benzine gezeefd en de tank omgespoeld voor de benzine teruggegoten werd. Tijd om weer het water op te gaan, mét extra peddels dit keer!

En wonder boven wonder ging alles goed dit keer. We zijn dicht bij de kust gebleven en kwamen langs vele vissersdorpjes.

Chakuda op de uitkijk voor visnetten.


Je kon aan bijna iedereen op de boot zien dat deze mannen eigenlijk vissers waren, ze waren helemaal in hun element.
Na een halfuurtje varen waren we weer terug en was het tijd om te gaan werken aan het tweede probleem: lekken repareren. Vandaag werd de boot zo ver mogelijk het strand op getild en morgen gaan we kijken wat we aan de lekken kunnen doen.

Laten we hopen dat driemaal scheepsrecht is.

Eerste boottocht

Om de boot te beschermen tegen schade door hoge golven moet het in diep water worden verankerd. We hebben een betonnen blok laten maken die als anker zou dienen, maar die op 150 meter van de kust krijgen bleek niet zonder tegenslag.

Het anker, wat een paar honder kilo moet hebben gewogen, word aan boord getild.

Rik en ik wilden graag mee omdat we nog helemaal niet met het bootje weg waren geweest. Met 9 man was het betonblok al aan boord getild voor we allemaal aan boord klommen. Het eerste stuk ging goed, het anker ging zonder al te veel problemen overboord op de aangewezen plek, er werd een lege jerrycan aan vast geknoopt als boei en toen was het al gedaan.

Gezien het ons eerste tochtje was wilden ze nog iets verder het meer op, dus voeren we richting Cape Maclear. Ver zijn we niet gekomen, want de motor stopte ermee op 650 meter van de kust, en die kregen we niet meer aan de praat.

Doelloos dobberden we rond terwijl er wat mensen naar de motor keken. Er kwam een visser in een kano langs die om hulp gevraagd werd, maar ook hij wist niet wat het probleem was.

Overzicht van de boot met de kano van de visser aan de zijkant.

Chakuda kreeg plots het idee om de peddel van de visser te gebruiken om terug naar het strand te peddelen. Het werkte, maar met een volle houten boot ging het tegend langzaam.

Chakuda aan het peddelen. In de achtergrond zie je de huisjes op het strand.

Ikiton vond het te langzaam gaan en pakte de kano van de visser die hij met slippers voortpeddelde naar het strand.

Op het strand hadden achtergebleven mensen ook door dat het niet helemaal goed ging. We zagen Charles naar de buren lopen waar hij een kano leende zodat hij ons extra peddels kon komen brengen.

Charles met een extra peddel.

Peter had op het moment dat Charles een extra peddel bracht ook het idee gekregen om met een plank te peddelen (waar hij ineens die plank vandaan haalde weten we nog steeds niet!). Die plank hield het niet lang vol… Gelukkig had ik net besloten het te filmen vlak voor de plank brak, achteraf tot groot vermaak van alle werknemers.

Kort daarna kwam Ikiton – degene die met slippers weggepeddeld was – terug met nog meer extra peddels en kon de visser weer verder met waar hij mee bezig was. Intussen was het al bijna zonsondergang, maar waren we ook alweer bijna terug aan wal. Niet lang daarna stonden we alweer met onze voeten op het droge en werden we ontvangen door de achtergebleven werknemers. Dat was me het tochtje wel!