Onderweg

Vandaag zijn we weer naar Lilongwe gegaan omdat vannacht Roy (Riks oom) aankomt op het vliegveld. Dat betekent dus dat we weer een flink stuk in de auto hebben doorgebracht, maar ook dat we een flink stuk van Malawi hebben gezien.

Ik denk dat het meeste leven wel op en langs de weg te vinden is. Mensen lopen langs de wegen van het ene naar het andere dorp, voor koeien en hun herders zijn wegen ook wel makkelijker lopen. Ook markten zijn langs de weg, waardoor het dus ook logisch is dat iedereen zich daar verzamelt. Wat ik zelf zo leuk vind om te zien is hoe de mensen hier veel creatiever omgaan met transport. In Nederland fietsen we natuurlijk best wel veel, maar ik had nooit gedacht dat het mogelijk was om 3 geiten of 2 varkens achterop te nemen. Dat blijkt dus wel zo te zijn!

Een fietser neemt hier dus ook gemiddeld meer ruimte op de weg in. Wat voorbeelden van dingen die we vandaag bij mensen achter op de fiets geladen hebben gezien: geiten, varkens, gras, zo een grote stapel brandhout dat de bestuurder eronder in de schaduw zat (handig!), balken van 5 meter lang etc. Dan kun je je wel bedenken wat voor mogelijkheden zich voordoen wanneer je een auto hebt! Pickups zijn regelmatig afgeladen met mensen, geiten en vanmiddag zagen we voor het eerst koeien achterin.

Het duurde even voor we de koe achterin zagen.

En wat als mensen geen beschikking hebben tot een auto of fiets? Simpel, dan leg je alles toch gewoon op je hoofd? Heb je meteen je handen vrij om naar de voorbijgangers te zwaaien.

Deze foto is niet in Malawi genomen, maar in Zuid-Afrika!

Ver weg van de stad

Op de foto hieronder is een beetje te zien hoe we hier wonen, ver weg van de stad. Nu ben ik opgegroeid op het platteland, dus zou het voor mij niets nieuws moeten zijn, maar dat is het dus wel. Écht ver van de stad heb ik namelijk nooit gewoond, in een uurtje kon ik al in Rotterdam zijn en als dat zelfs te ver was waren er ook nog opties om dingen te kopen dichterbij huis. Vergeleken met mijn situatie hier was boodschappen doen in Nederland wel erg makkelijk.

Panorama die ik een tijdje geleden gemaakt heb van de huisjes en het uitzicht met zonsopkomst.

In Nankhwali (het dichtbijzijnde dorp) of Monkey Bay (een relatief toeristisch plekje verderop) kunnen we best wel wat dingetjes kopen. Er zijn supermarkten in Monkey Bay – al zijn die niet helemaal zoals we gewend zijn – en talloze andere kleine winkeltjes. Supermarkten zijn een handige verzameling van allerlei producten, maar voor verse dingen zoals aardappel, ui, tomaat en eieren moeten we toch echt naar de markt. Vaak moeten we zoeken naar bepaalde producten omdat de één alleen maar aardappel verkoopt, de ander alleen maar ui en een derde alleen maar tomaat, waardoor het kopen van 3 of 4 dingen bijna altijd neerkomt op 3 of 4 stops maken. In het begin was het nog veel erger want toen wisten we nog niet wie wat verkocht, waardoor we heel veel stops moesten maken. En soms werden we zelfs als we vroegen waar we bepaalde dingen konden halen regelmatig van het kastje naar de muur gestuurd waarna we soms onze zoektocht maar staakten. Sommige dingen zijn hier zelfs in de wijde omtrek niet te vinden, zoals kattenvoer.

Gelukkig zijn er ook supermarkten zoals in Nederland te vinden, met een versafdeling met groenten en fruit, een gedeelte met vis en vlees en allerlei andere dingen (waarvan zelfs dingen die je in Nederland niet snel in een supermarkt zou vinden: zo hebben we onze oven in een supermarkt gekocht). Het vervelendste is alleen dat die supermarkten niet bepaald om de hoek zijn. De dichtstbijzijnde die we hebben gevonden is in de hoofdstad, Lilongwe, op 3,5 uur rijden van hier. Dus schrijf ik alles wat we hier niet kunnen vinden op een lijstje, en doen we eens in de zoveel tijd enorme boodschappen in de stad. En zelfs dan proberen we het nog met zoveel mogelijk andere afspraken in de stad te combineren, want minstens 7 uur rijden voor wat boodschappen is niet ideaal.

De Nederlandse natuur

Ik breng graag tijd door in de tuin. Op het strand werken zo ongeveer 20 mensen, en in de tuin twee: James en Michael. Dus soms is het fijn om aan de drukte te ontsnappen. James en Micheal spreken toevallig ook een aardig woordje Engels dus uiteindelijk spreek ik ze meer dan de meeste werkers hier. Michael is degene die me de meeste woorden chichewa leert. James stelt veel vragen over Nederland.

Links James en rechts Michael

Gisteren vroeg James plotseling of wij in Nederland veel rivieren hebben. Nu hebben we best wel wat rivieren in Nederland, maar zijn wij bekender om de getemde versie: kanalen. Nadat we het verschil uitgelegd hadden tussen een rivier en een kanaal, konden we het natuurlijk niet laten om er een foto van Amsterdam bij te halen. Meteen vroeg James of er dan ook veel vis in de kanalen zit. Daar moesten we even over nadenken. Vast wel wat snoek en baars bedachten we. Maar eigenlijk ging het om de vissen die we eten.

Hier in Malawi is vis samen met nsima (een deeg van maïsmeel) de basis van een maaltijd. Hier maakt het niet uit wat ze in hun net vinden, alles wat ze vangen eindigt in de pan. Maar over het algemeen eten wij de vis  uit de grachten niet. Wij eten haring, zalm en tonijn, en niet de lokale karpers, snoeken en baarzen. De uitleg werd ontvangen met een vragende blik: ‘dus jullie vangen wél vis, meten die op en gooien hem dan terug?’ Ja, als je het zo bekijkt is het wel wat vreemd.

Natuurlijk moest ik weer wat foto’s laten zien van hoe een haring, zalm en tonijn er dan uit zien. Vooral het formaat van een tonijn vond James ongelofelijk. Hoe eten wij dan zo een enorme vis? En vanaf daar werden er foto’s bijgehaald van de grootste vis, de walvishaai en het grootste dier, de blauwe vinvis (die na een snelle berekening net zoveel blijkt te wegen als 667 koeien).

Hij was ook nieuwsgierig naar dieren op Nederlandse grond, maar daar kwamen we al helemaal niet ver. De grootste is denk ik een koe. James vroeg: ‘geen olifanten?’ Tsja, Nederland is in dat opzicht niet zo spannend als Afrika…

Pang’ono pang’ono

Hoewel het nog niet zo snel gaat pik ik af en toe wat woordjes of uitspraken in Chichewa op. Dit keer wilde ik een uitspraak delen die kenmerkend is voor het leven hier: pang’ono pang’ono. Het betekent zoiets als beetje bij beetje, of met kleine stapjes.

Een man heeft het al eens naar Rik geroepen toen de weg nog slechter was in het regenseizoen. Langzaam reden we voort door de modder en kuilen, maar een oud mannetje lachte breeduit naar ons: ‘pang’ono pang’ono!’ Hij bedoelde dat we er uiteindelijk wel zouden komen en dat we niet op moesten geven. Een mooie uitspraak.

Soms gaan er dagen of weken voorbij hier waarbij we het gevoel hebben dat we niet zoveel opgeschoten zijn met de bouw van de huisjes. Als mensen vroegen om foto’s, hadden we soms eigenlijk al een tijdje geen gemaakt omdat er zo weinig nieuws te zien was. Dit was vooral het geval toen we stroom en water aangelegd hebben (de leidingen liggen er, maar stromend water hebben we nog niet omdat we de pomp nog niet aan de praat hebben gekregen). Nu zijn al die leidingen weer verdwenen onder de grond en zie je op foto’s niet dat er nu stroom uit het stopcontact komt. Maar stroom was wel een grote stap! We hebben nu een koelkast, kunnen koken en laden telefoons op – zowel die van ons zelf als die van de werknemers. En dan was vorige week opeens de dag waarop glas en deuren geïnstalleerd werden. We hebben weer veel foto’s gemaakt! Zulke momenten zijn voor mij altijd weer een herinnering dat ondanks dat we het niet altijd zien, we toch stapje voor stapje verder komen: pang’ono pang’ono.

Panoramafoto van binnenuit om het glas en de deuren in de familie whatsapp groep te delen.

Een kleine overwinning

Gisteren schreef ik over de grote hoeveelheid plastic zakjes die ik bij mijn boodschappen kreeg, maar vandaag is het me gelukt de meeste zakjes te ontwijken. Ik heb de uien los meegenomen, een katoenen tasje meegenomen voor mijn uitgebreide boodschappen bij Asante shop en zelfs olie gekocht die niet in een plastic fles zat! Toen we hierheen kwamen had Rik een fles whisky meegenomen. En nu die op is, hadden we een mooie glazen fles staan. We hadden langs de weg al grote emmers van 20 liter ‘cooking oil’ gezien en ik had gisteren al aan Danny gevraagd hoe dat nu precies werkt.

Het blijkt dat je daar vaste hoeveelheden olie kan kopen, 500ml, 1 liter enzovoorts. Nu was de fles die ik had 700ml – dat was te ingewikkeld – dus heb ik hem met 500ml laten vullen. Voor wie zich afvraagt hoe duur dat dan is: het kostte ons 450 kwacha (dat is ongeveer 56 eurocent)

Lokale olie om mee te bakken is minder doorzichtig dan we gewend zijn, maar in de zon zou hij zijn ‘ware kleur’ moeten krijgen.

Naast dat ik nu een plastic fles minder heb vind ik eerlijk gezegd dat dit er veel mooier bijstaat in mijn voorraad. In Nederland zou ik er nooit bij stilgestaan hebben, maar hier maakte deze kleine overwinning mijn dag nóg beter!

Na drie maanden Malawi

Nu ik hier iets langer ben denk ik een iets beter idee te hebben van de problemen in dit land. Sommige heb ik zelf ook last van, zoals dat er hier geen afvalverwerking is. Ik heb nog steeds elk stukje afval sinds mijn aankomst hier bewaard, omdat ik het niet over mijn hart kan verkrijgen het te verbranden. Nu is het er maar, en het ligt altijd in de weg en het is een doorn in het oog, maar ik weet gewoon nog niet hoe ik het moet gaan verwerken. Ik heb wel wat plannen, maar daarvoor moet nog veel gebeuren. En tot die tijd ligt al dat plastic daar maar..

En niet alleen op ons stukje strand, maar langs de wegen en in de dorpjes zijn ook hopen plastic te vinden. Dan vooral de blauwe plastic (boterham)zakjes, waar de mensen hier zo verzot op zijn. Laatst bij een supermarkt twee pakken koekjes, soja en deodorant gekocht. Hoe het ingepakt werd: de twee pakken koekjes gingen samen in zo’n blauw zakje, de deodorant ging los in een zakje en dat ging allemaal in een plastic draagtasje. Ik kreeg in het Engels niet uitgelegd dat ik al dat plastic niet hoefde, dus dat is nu ook toegevoegd aan mijn persoonlijke collectie: de zak op het strand.

Problemen die me niet direct raken, maar die ik wel moeilijk vind om zoveel om me heen te zien hebben allemaal op een of andere manier te maken met de armoede hier. Ontbossing, overbevissing, vervuiling, geen toegang tot educatie en honger. Bij sommige spreekt de link met armoede voor zich, maar bijvoorbeeld het probleem van overbevissing vind ik erg lastig. Want hoe ga je mensen ooit zover krijgen om minder te vissen als dat de enige manier is die ze kennen om eten op tafel te krijgen? Het grootste gedeelte van de bevolking is werkloos en moet dus zelfvoorzienend zijn om te kunnen eten. Ze bewerken hun eigen stukje land, houden wat kippen of een geit en vissen dus zo veel als ze kunnen.

Mensen in het dorpje waar we bijna elke dag langs rijden.

Nu is het echt niet alleen maar slecht, want ondanks alles zijn mensen in Malawi heel vriendelijk en vrolijk. Wie er ooit eens is geweest heeft ongetwijfeld veel zwaaiende en dansende kinderen gezien. Elke keer als wij naar Monkey Bay rijden om te pinnen en wat kleine boodschappen te doen komen we langs wat kleine dorpjes waar we altijd moeten zwaaien. ‘Azungu, azungu!!’ roepen ze dan, wat buitenlander of blanke betekent. Hier in het dichtbijzijnde dorp is dat geroep intussen al overgegaan in de namen van Rik en zijn broer – Joeri of Reiki roepen ze dan (de naam Rik kennen ze niet, en die twee lettergrepen klinken eigenlijk ook veel beter om achter elkaar te blijven roepen). We voelen ons in elk geval welkom hier!