Zambia deel 2: South Luangwa NP

Eenmaal aangekomen in Lusaka, moesten we afscheid nemen van onze schommelende 4×4 (schokdempers waren compleet nutteloos geworden). We kregen namelijk onze oude vertrouwde minibus terug. Yep, we gingen onze volgende self-drive safari in South Luangwa national park met een (2×4) minibus doen! We vertrokken de volgende ochtend op tijd, maar omdat we ergens een alternatieve route kozen, waren we pas vlak voor zonsondergang op de kampeerplek aan de Luangwa rivier. Wij verbleven bij het prachtige Track & Trail river camp, vlakbij de ingang van het park!

Dit keer hadden we er in ieder geval voor gezorgd dat we nu wél een volle gasfles bij ons hadden. Dus deze avond hebben we lekker macaroni gekookt. Net na het eten kwam er geritsel van 15 meter verderop. Toen we goed keken bleek daar een nijlpaard te staan grazen. Het is intussen een vrij bekend feitje dat nijlpaarden gevaarlijk zijn. Dus het was een hele geruststelling dat er tenminste nog een schrikdraadje tussen ons en dit enorme beest hing, hoewel hij niet erg van ons onder de indruk was.

Een grazend nijlpaard vlak naast de kampeerplek.

De volgende ochtend werden we wakker met het geritsel van bavianen die door onze vuilnis heen gingen. Er waren een soort ijzeren kleppen waar we afval in hadden kunnen doen, maar die hadden we de vorige nacht niet goed open gekregen. En dus hadden we een feestmaal voor apen laten liggen.

Het park in

Ondanks alle wildlife op de campsite, wilden we toch graag vroeg het park in. We begonnen met de River Drive. Rik en ik hebben daar de vorige keer dat we in dit park waren meteen drie luipaarden hebben gezien. Op deze route was ook de oversteekplaats voor olifanten door de rivier. Helaas zagen we dit keer geen luipaarden. En we kregen het voor elkaar de afslag naar de olifantenoversteekplaats compleet te missen. Dus reden we verder door dan wat we eerder met een gids gezien hadden. Verder deze weg af werd de route zanderiger. Maar het waren maar korte stukjes weg, dus lukte het nog best om eroverheen te rijden met de bus. Tot het moment dat het meer dan een paar meter los zand was.

We zaten vast. Alweer

En alweer midden in een park. Naast een – met krokodillen gevulde – rivier. Klinkt bekend.. Goed, we hadden niet heel veel meer keus dan uit te stappen en de banden uit te gaan graven. Omdat de bus een automaat is was het onmogelijk om hem uit de kuil te schommelen. Zodra hij geen grip had ging de band ontzettend hard draaien en zichzelf ingraven zelfs wanneer je de rem indrukte! Nu zaten we echt diep in het zand en deden we het enige wat we konden bedenken: de banden uitgraven en er stokken onder leggen.

We kregen het maar niet voor elkaar om de stokken er ver genoeg onder te krijgen, dus pakte Rik de krik. Hierdoor kregen we meer ruimte onder de banden en konden we de takken die we vonden in de omgeving eronder schuiven. In de verte zagen we een safari auto rijden, maar zij leken ons niet te zien. Maar op dit moment leek het erop dat het ons zou gaan lukken. Rik stapte in de auto en reed hem achteruit, terwijl wij (mijn moeder, zusje en ik) de auto aanduwden. Dit keer lukte het en rolde de auto een flink stuk achteruit, terug naar de vaste grond. Helaas niet ver genoeg, dus we kwamen weer vast te zitten.

Dit keer wisten we wat we moesten doen en kwamen we niet zo diep te zitten. In de tussentijd kwam de safari auto langs waar we eerder de aandacht van probeerden te trekken. Ze besloten ons te helpen met duwen, maar omdat we nu niet zo diep zaten was het heel makkelijk om eruit te komen. Ik kan wel zeggen dat ik de rest van de dag nerveuzer werd van zand op de weg.. Eenmaal terug op een hardere weg vervolgden wij onze weg richting het noorden van het park. Doordat we vast hadden gezeten waren we nu al ruim anderhalf uur in het park en we hadden nog niet echt iets gezien.

De eerste ‘sighting’

Bovenaan ons lijstje van dieren die we nog wilden zien stonden leeuwen en luipaarden. Én hyenas, want die had mijn moeder nog nooit gezien. En ze had geluk! Want binnen de eerste 5 minuten dat we weer op weg waren zei Rik: ‘Hey, een hyena!’ Op deze plek ging de weg als een soort bruggetje over een greppel. De hyena stond precies in de greppel terwijl wij eroverheen reden. Op deze manier waren we heel dichtbij en keek de hyena mij recht aan ‘voor de foto’. Heel gaaf ook voor mijn moeder dat we de eerste hyena meteen van zo dichtbij konden zien. Tegen de tijd dat er nog een auto langs kwam, had de hyena er genoeg van, en dook hij in de buis die onder de weg door liep.

Een ander hoogtepunt

Na een tijdje gewacht te hebben besloten we maar weer door te gaan. We hadden in ieder geval een hyena gezien en er goede foto’s van genomen! South Luangwa is een ontzettend mooi park, en we hebben veel gezien. Toch was er nog een ander hoogtepunt: leeuwen!

Ik had zelf nog niet zo’n grote groep gezien, en al helemaal niet met ‘pubers’. We waren alleen niet de enige hier; de leeuwen waren zowat omsingeld met auto’s als er geen afgrond en rivier achter ze was. Aan de ene kant vond ik het jammer dat niemand zich aan de parkregel van maximaal 3 voertuigen per ‘sighting’ hield. Maar aan de andere kant begreep ik ook wel dat zo veel mensen gewoon graag wilden blijven kijken naar deze prachtige (maar luie!) dieren. We waren ontzettend opvallend met onze minibus tussen alle ruige 4x4s. Maar we kregen het toch maar mooi voor elkaar om hierbij te zijn in onze simpele bus!

Hieronder nog een greep uit de vele foto’s die in anderhalve dag in South Luangwa Nationaal Park gemaakt zijn.

Zambia deel 1: Kafue National Park

Voor onze volgende bestemming werd een 4×4 ten zeerste aangeraden. We gingen namelijk een seld-drive doen in Kafue National Park in Zambia. De dag nadat we mijn moeder en zusje hadden opgehaald was het dus tijd om onze minibus on te ruilen voor een 4×4. We hadden vrij kort vantevoren pas de auto geregeld. We wilden geen duizenden euro’s uit wilden geven aan een auto voor een paar dagen, dus kregen we een oudere Toyota Prado.

Hiermee konden we naar Nahubwe Safari Camp bij Ithezi-thezi, vlakbij één van de ingangen van Kafue NP. Deze campsite bleek heel ergens anders te zijn dan ik verwacht had. Op Google maps stond namelijk dat het ergens in het park zou moeten zijn. (Nahubwe Safari camp is dus NIET op deze locatie.) Op de campsite was helemaal niks, behalve een vervallen groene tent, maar ik vond het uitzicht wel erg mooi.

Juist hier waar niks was, pakten we voor de eerste keer ons nieuwe gasstel uit. Uiteraard bleek deze niet te werken (later bleek dat we een lege gasfles bij ons hadden). We hadden het idee gehad om een simpele macaroni bolognaise te maken. Uiteindelijk had niemand er meer zin in en zijn we niet verder gekomen dan het roosteren van een tosti boven het open vuur.

Naar het park: Ithezi-thezi ingang

De volgende ochtend hadden we al vroeg onze tentjes weer ingepakt en gingen we op weg naar het park. Eerst moest er alleen nog wel benzine op de zwarte markt gekocht worden. Want zowel hier, als bij de meestgebruikte ingang van het park, was geen tankstation in de buurt. (Waarom is het zo moeilijk om aan benzine te komen in Zambia!?)

Eenmaal in het park zouden we de ‘spinal road’ pakken die van zuid naar noord door het park heen loopt. Onze campsite (Mupanga Bush Camp) voor de volgende nacht lag namelijk in het noorden van het park. Dit omdat we nog naar de beroemde Busanga plains wilden (dat bekend staat vanwege de leeuwen die hier rondlopen).

Kafue National Park is een park waar je alleen met 4×4 kunt rijden, en waar weinig toeristen komen. Doordat het zo rustig is (zeker in het zuiden!) zijn de dieren schuw en een stuk moeilijker te spotten dan bijvoorbeeld in Kruger. De spinal road was een verschrikkelijke weg vanwege de enorme wasborden. Vanwege de schuwe dieren hebben de mensen die de hele weg achter ons reden waarschijnlijk niets gezien; elke antilope of baviaan rende meestal hard weg wanneer ze ons zagen.

Wanneer we besloten een zijweg te nemen

We kwamen in de buurt van de asfaltweg, die van oost naar west het park doorkruist. We besloten één van de weinige ‘loops’ te pakken, om te kijken of er van de hoofdweg af meer te zien was. De weg was niet erg duidelijk. Heel veel mensen hadden de loop op verschillende plaatsen hadden afgesneden, waardoor er verschillende routes in het gras zijn ontstaan. Dit rondje zou de oever van een rivier moeten volgen aan beide kanten. Maar omdat we er pas aan het eind van het droge seizoen waren was de rivier bijna helemaal opgedroogd; op wat losse poeltjes in de lange kloof na. Bij een van de poeltjes lagen een hoop krokodillen. We zetten even de motor af om op ons gemak even te kijken of er nog meer dieren op dit water af zouden komen.

Wanneer we het wel gezien hadden en weer weg wilden rijden, konden we de auto niet starten. Er was even paniek, omdat we dus letterlijk naast een krokodillenpoel stonden. Maar we hadden al snel de oorzaak gevonden: een van de klemmen van de batterij was losgeschoten. Met een tangetje werd we de klem weer aangesloten en gelukkig konden we daarna gewoon weer door.

Het ‘toeristische’ gedeelte van Kafue National Park

Eenmaal de asfaltweg overgestoken kwamen we in het ‘toeristische’ gedeelte van het park. Al is het gehele park niet echt toeristisch te noemen. Maar toch leek het erop dat de dieren hier iets minder schuw waren. Maar echt veel wildlife konden we alsnog niet vinden. Vlak voor we bij de campsite aan kwamen besloten we nog één detour te maken. Dat is uiteindelijk waar we onze highlight van de dag tegenkwamen.

We zagen op deze weg onze eerste olifant in Kafue. Het was een solitair mannetje, dat rustig door de bosjes struinde. Tot hij besloot dat wij niet gewenst waren, waarna hij plots op ons af stormde met zijn oren wijd en luid getrompetter. Met de nodige lichte paniek reden we een stukje van hem weg. Stiekem leverde dat toch wel mooie plaatjes op.

Self-drive naar de ‘Busanga plains’

De volgende ochtend gingen we vroeg op pad, want ook vandaag hadden we een bestemming: de Busanga plains. Overal online werd een self-drive naar Busanga plains afgeraden. Maar waar moeder’s wil is, is een weg en dus reden we rond zonsopkomst naar het noorden van het park.

Het was geen kort ritje, maar het ging allemaal heel soepel. In 3 uur en een kwartier kwamen we aan op de grote open vlakte. De wegen waren niet erg veel bereden, en online stonden waarschuwingen over dat je makkelijk verdwaald kon raken, maar dat vond ik allemaal heel erg meevallen. De Busanga plains zijn maar een paar maanden per jaar bereikbaar omdat het de rest van de tijd onderwater staat. Maar toen wij er waren – aan het eind van het droogseizoen (oktober) – was er nog maar weinig water van over.

Op enkele plekken stonden nog plassen. Daar verzamelden dus ook grote groepen ‘red lechwe’ omheen, met af en toe een wild zwijntje wat er doorheen rende. Helaas was er geen spoor van de beroemde en beruchte leeuwen van het gebied.

Ach ja, er zouden nog meer kansen komen om leeuwen en andere roofdieren te spotten. Want de volgende bestemming was South Luangwa National Park!