De ochtend waarop mijn familie landde in Lusaka

Twee weken geleden reden Rik en ik richting Lusaka in Zambia om mijn moeder en zusje op te halen van het vliegveld. De rit van Lilongwe naar Lusaka was 9 uur waarvan we ook nog 1,5 uur over de grensovergang zouden doen, dus hadden we vantevoren besloten om onderweg te overnachten bij Luangwa bridge en de laatste 3 uurtjes de volgende ochtend te rijden.

Het begon allemaal met vroeg opstaan. ‘Rik, kom, we moeten echt opstaan nu, want over 3,5 uur landen ze al en het is nog 3 uur rijden’. Rik is niet zo’n ochtendmens, maar uiteindelijk lukte het hem om iets na 6 uur ’s ochtends uit de bus te rollen (ohja, we hebben een busje gekocht die we om aan het bouwen zijn naar een klein campertje, maar daar gaat deze post vandaag niet over). Omdat het ernaar uitzag dat het ontbijt nog niet klaar was gingen we rustig de bus opruimen en onze spulletjes inpakken. Toen we klaar waren was er nog geen teken van ons ontbijt. Pas toen we naar de tafeltjes aan de achterkant van het gebouw liepen bleek dat ze juist op ons aan het wachten waren met het ontbijt. Oeps!

Toen we klaar waren met het ontbijt waren we al aan de late kant en hebben we snel afgerekend. We sprongen in de auto en wilden wegrijden, maar plots hadden we geen contact meer. Wat nu? We openden de motorkap en wilden net de batterijen bekijken toen de auto begon te piepen. Gelukkig startte hij nu wel gewoon en konden we wegrijden. Alleen herinnerden we ons plots dat de manager van de lodge – die eerder al had gevraagd of hij en zijn vrouw mee konden rijden naar Lusaka – nergens te bekennen was. Na 10 minuten bleek dat hij onderweg naar de hoofdweg woonde en hij daar op ons zat te wachten.

We zagen dat de meter van de benzinetank al behoorlijk laag stond, dus we vroegen hem of we in het dorpje benzine konden krijgen. Nee en ja, was het antwoord. Er was geen tankstation, maar op de zwarte markt moest wel benzine te krijgen zijn. Het volgende tankstation zou pas 75 kilometer verderop zijn dus stapte Rik uit en begon met onderhandelen, maar benzine was hier aanzienlijk duurder dan bij een tankstation. Intussen smste ik alvast mijn moeder dat we waarschijnlijk later zouden komen: ‘Auto startte even niet, we hebben de eigenaar van de campsite meegenomen en moesten plots benzine kopen op de zwarte markt, dus we zijn er pas om half 11. Als jullie binnen een uur koffers hebben en visum vrees ik dat jullie even moeten wachten. Sorry en tot zo! X’

Intussen werd de prijs van benzine steeds hoger en rekenden we uit dat we 75 kilometer wel net moesten kunnen halen met wat er nog in de tank zat dus reden we door met al onze hoop gevestigd op dat tankstation verderop. We probeerden dit stuk zo zuinig mogelijk te rijden, wat met de bergachtige route met gaten en drempels nog best een opgave was. Hierdoor reden we ook aanzienlijk langzamer dan we anders hadden gereden. Ik was blij dat ik alvast mijn modder gesmst had.

Eenmaal aangekomen bij het tankstation – we hadden het gehaald! – sloeg dat enthousiasme snel om, er was namelijk geen druppel benzine meer te krijgen. En het eerstvolgende tankstation daarna was pas in Chongwe, nog eens 120 kilometer verderop. Er zat niks anders op dan op de reserve nog een paar kilometer door te rijden om nogmaals de zwarte markt te proberen. Wat een gedoe! Rik werd er ook al een beetje boos om dat ze een paar kilometer na het tankstation benzine stonden te verkopen voor 30% extra per liter, maar dat ze ermee weg konden komen omdat er echt niks anders in de buurt was. Maar we hadden geen keus en dus hadden we even later 15 liter benzine in de tank. Genoeg om tot aan Chongwe (vlak voor Lusaka te komen).

Terwijl wij ons druk maakten om de benzine lag de dochter van de manager als een prinsesje te slapen.

Om half 11 – een uur nadat mijn moeder en zusje zouden moeten landen – smste ik mijn moeder nog maar eens:
‘ETA is nu pas tussen 11:15 en 11:30. Navigeren naar Avis, want Lusaka airport staat niet op Google maps. Hopelijk bij jullie alles goed gegaan’.
We konden weer op onze normale snelheid rijden, wetende dat in Chongwe en Lusaka heel veel tankstations waren, maar intussen hadden we al heel veel vertraging opgelopen. Ik hoopte dat mijn moeder en zusje veel tijd kwijt waren aan de douane en wachten op koffers. Maar een halfuurtje later kreeg ik plots een smsje van mijn zusje: ‘Hoi Mel, gaat alles wel oke? waar blijven jullie? Wij zijn al een tijdje aan het wachten. We zitten bij de parkeerplaats. Tot zo! X Romana’
Oh jee, mijn moeder had mijn sms’jes nooit ontvangen en ze wisten dus alsnog niet wat er aan de hand was. Meteen smste ik terug dat we onderweg waren en hoe lang het nog zou duren.

Toen we eindelijk aankwamen bij het vliegveld bleken ze al iets eerder te zijn geland, ging het ontzettend snel bij de douane en hebben ze dus 2 uur op de parkeerplaats zitten wachten. Ai! Maar ach, we hadden het gehaald en zijn niet ergens langs de weg gestrand met een lege tank, dan hadden ze nog veel langer moeten wachten.

Welkom in Afrika.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *