Na drie maanden Malawi

Nu ik hier iets langer ben denk ik een iets beter idee te hebben van de problemen in dit land. Sommige heb ik zelf ook last van, zoals dat er hier geen afvalverwerking is. Ik heb nog steeds elk stukje afval sinds mijn aankomst hier bewaard, omdat ik het niet over mijn hart kan verkrijgen het te verbranden. Nu is het er maar, en het ligt altijd in de weg en het is een doorn in het oog, maar ik weet gewoon nog niet hoe ik het moet gaan verwerken. Ik heb wel wat plannen, maar daarvoor moet nog veel gebeuren. En tot die tijd ligt al dat plastic daar maar..

En niet alleen op ons stukje strand, maar langs de wegen en in de dorpjes zijn ook hopen plastic te vinden. Dan vooral de blauwe plastic (boterham)zakjes, waar de mensen hier zo verzot op zijn. Laatst bij een supermarkt twee pakken koekjes, soja en deodorant gekocht. Hoe het ingepakt werd: de twee pakken koekjes gingen samen in zo’n blauw zakje, de deodorant ging los in een zakje en dat ging allemaal in een plastic draagtasje. Ik kreeg in het Engels niet uitgelegd dat ik al dat plastic niet hoefde, dus dat is nu ook toegevoegd aan mijn persoonlijke collectie: de zak op het strand.

Problemen die me niet direct raken, maar die ik wel moeilijk vind om zoveel om me heen te zien hebben allemaal op een of andere manier te maken met de armoede hier. Ontbossing, overbevissing, vervuiling, geen toegang tot educatie en honger. Bij sommige spreekt de link met armoede voor zich, maar bijvoorbeeld het probleem van overbevissing vind ik erg lastig. Want hoe ga je mensen ooit zover krijgen om minder te vissen als dat de enige manier is die ze kennen om eten op tafel te krijgen? Het grootste gedeelte van de bevolking is werkloos en moet dus zelfvoorzienend zijn om te kunnen eten. Ze bewerken hun eigen stukje land, houden wat kippen of een geit en vissen dus zo veel als ze kunnen.

Mensen in het dorpje waar we bijna elke dag langs rijden.

Nu is het echt niet alleen maar slecht, want ondanks alles zijn mensen in Malawi heel vriendelijk en vrolijk. Wie er ooit eens is geweest heeft ongetwijfeld veel zwaaiende en dansende kinderen gezien. Elke keer als wij naar Monkey Bay rijden om te pinnen en wat kleine boodschappen te doen komen we langs wat kleine dorpjes waar we altijd moeten zwaaien. ‘Azungu, azungu!!’ roepen ze dan, wat buitenlander of blanke betekent. Hier in het dichtbijzijnde dorp is dat geroep intussen al overgegaan in de namen van Rik en zijn broer – Joeri of Reiki roepen ze dan (de naam Rik kennen ze niet, en die twee lettergrepen klinken eigenlijk ook veel beter om achter elkaar te blijven roepen). We voelen ons in elk geval welkom hier!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *